Bel: 088 298 64 41 - (24/7 bereikbaar)
Selecteer een pagina

Door een uitspraak van de rechtbank Amsterdam op 9 november 2018 is bekend geworden dat bioscoopketen Pathé in maart 2018 voor maar liefst 19 miljoen euro is opgelicht als gevolg van CEO-fraude. Twee prangende vragen: rechtvaardigt het een ontslag op staande voet van de directie? En was dit te voorkomen?

De casus: begin maart 2018 ontvangt de algemeen directeur van Pathé e-mails van de CEO van de Franse moedervennootschap van Pathé. In deze e-mails wordt de algemeen directeur verzocht geld over te maken ten behoeve van de overname van een buitenlandse onderneming gevestigd in Dubai. Benadrukt wordt dat het strikt geheim is. De algemeen directeur betrekt de financieel directeur erbij. Samen maken zij in de drie daaropvolgende weken in tranches “op verzoek van de CEO” ruim 19 miljoen euro over naar een achteraf onbekende externe partij. Op 28 maart 2018 komen vanuit het hoofdkantoor in Frankrijk vragen. Tijdens een telefonisch overleg op dezelfde dag wordt vervolgens duidelijk dat Pathé slachtoffer is geworden van CEO-fraude.

Recherchebureau

De algemeen directeur en financieel directeur zijn de dag daarna meteen geschorst. Pathé heeft vervolgens een recherchebureau laten onderzoeken of de directeuren, dan wel andere werknemers van Pathé, actief betrokken zijn geweest bij de fraude. Het recherchebureau concludeert: “Pathé lijkt doelwit te zijn geworden van een professionele bende van fraudeurs, welke door geraffineerde communicatie het vertrouwen van enkele medewerkers, en dan met name van de algemeen directeur en de financieel directeur, wisten te winnen.”

Red flags

Op 26 april 2018 is de financieel directeur (“de werknemer”) op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief is hem voorgehouden dat hij een groot aantal ‘red flags’ heeft genegeerd. Voor de volledigheid: de algemeen directeur is schijnbaar eveneens op staande voet ontslagen. Het is onbekend of zij haar ontslag heeft aangevochten bij de kantonrechter. Hierover zijn geen details bekend.

Kantonrechter

De financieel directeur besluit zijn ontslag aan te vechten bij de kantonrechter en verzoekt vernietiging van het ontslag op staande voet. De kantonrechter overweegt dat de directeur de verzochte betalingen niet klakkeloos heeft uitgevoerd, maar heeft aangedrongen op een bevestiging van de te verrichten betalingen. Die bevestiging is vervolgens ook gekomen. Tot de betaling van de laatste tranche van de beweerdelijke overname waren er geen bijzondere nieuwe omstandigheden die voor de financieel directeur reden hadden moeten zijn om zijn opstelling te wijzigen.

Gewekte vertrouwen

Na betaling van de laatste tranche hebben echter nog twee grote betalingen plaatsgevonden. Dat lag niet voor de hand, maar het is volgens de kantonrechter – gelet op het gewekte vertrouwen – niet onbegrijpelijk dat deze latere opdrachten ook zijn uitgevoerd. Daarbij is volgens de kantonrechter van belang dat bij Pathé (zelfs nog) grotere bedragen omgaan. Daardoor zijn betalingen met een dergelijke grote omvang op zichzelf nog geen reden zijn voor achterdocht. Dit wordt bevestigd door het feit dat het hoofdkantoor in Frankrijk zonder problemen of vragen meewerkte aan de betalingen.

Verwijtbaar handelen

De kantonrechter oordeelt dat in de laatste fase van de betalingen meer oplettendheid van de financieel directeur had mogen worden verwacht. Het ontbreken daarvan is echter onvoldoende voor een ontslag op staande voet. De kantonrechter vernietigt het ontslag op staande voet dan ook, maar ontbindt de arbeidsovereenkomst wel wegens verwijtbaar handelen. De werknemer heeft namelijk geen plausibele uitleg gegeven voor de twee laatste betalingen (na afronding van de beweerdelijke overname). Van hem had bovendien een kritischere houding mogen worden verwacht. Daarnaast heeft de financieel directeur het vertrouwen nodig van de aandeelhouder en statutair bestuurder. Duidelijk is geworden dat dit vertrouwen er niet meer is. Van Pathé kan dan ook niet verlangd worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Als gevolg wordt de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 december 2018 ontbonden, zonder ontslagvergoeding.

Kritischer

Het toeval wil dat de financieel directeur eerder als externe accountant van een grote vleesverwerker (het inmiddels failliete vleesbedrijf Weyl) de mist is ingegaan. De tuchtrechter oordeelde toen dat het de directeur (destijds nog partner bij KPMG) als externe accountant aan een professioneel kritische instelling had ontbroken. Hij had een goedkeurende accountantsverklaring afgegeven zonder een deugdelijke grondslag. In werkelijkheid was de vleesverwerker toen al praktisch failliet. De tuchtrechter legde dan ook de zware sanctie op van tijdelijke doorhaling in het accountantsregister. Saillant, de tuchtrechter toen en de kantonrechter nu oordeelden hetzelfde: de werknemer had kritischer moeten zijn.

CEO-fraude

Pathé heeft verklaard wel op de hoogte te zijn geweest van het verleden van de werknemer. Achteraf is het makkelijk praten, maar wij vragen ons af of Pathé daadwerkelijk wist wat voor vlees zij in de kuip had. Wellicht had een goede pre-screening van de financieel directeur Pathé op andere ideeën gebracht en was de CEO-fraude bij Pathé nooit zover gekomen. Het is in elk geval duidelijk dat de interne processen niet safe waren. Daardoor was Pathé onvoldoende beschermd tegen CEO-fraude en is geen enkele alarmbel afgegaan.

Stephanie Jansen en Emily Brouwer zijn advocaten bij Lexence advocaten & notarissen in Amsterdam.