Bel: 088 298 64 41 - (24/7 bereikbaar)
Selecteer een pagina

Lijkt er sprake van bedrijfsfraude, dan is zorgvuldig feitenonderzoek belangrijk. Wilt u het dienstverband met een werknemer beëindigen wegens fraude, dan moet u als werkgever realiseren dat uw beslissing grote consequenties heeft. Niet alleen raakt de werknemer zijn baan kwijt, maar tevens zingt in het bedrijf rond (en vervolgens ook in de branche en in de persoonlijke levenssfeer van de werknemer) dat die werknemer wegens fraude is ontslagen. Dat is zeer ingrijpend. Mede daarom moet de werkgever de tijd nemen voor een zorgvuldig onderzoek.

De Hoge Raad heeft in het standaardarrest L./Wennekes Lederwaren een aantal ‘algemene beginselen van zorgvuldig onderzoek’ vastgelegd. Wat was er destijds gebeurd? Werkgever Wennekes Lederwaren schakelde een recherchebureau in om fraude op te sporen. Het vermoeden bestond dat een werkneemster geld verduisterde. Vervolgens werd een andere werkneemster, verkoopster L., op staande voet ontslagen, omdat zij geld zou hebben verduisterd. Dit zou blijken uit videobeelden. De verkoopster betoogde dat Wennekes een ongerechtvaardigde inbreuk op haar recht op privacy had gemaakt. Daarom was het bewijsmateriaal onrechtmatig verkregen. Het recherchebureau had namelijk buiten medeweten van de werknemers camera’s geplaatst.

Fraudeonderzoek

De Hoge Raad oordeelde echter dat een concreet vermoeden bestond dat een werknemer zich schuldig had gemaakt aan strafbare feiten. Dit vermoeden kon alleen met gebruikmaking van een verborgen camera worden gestaafd (het proportionaliteitsbeginsel). Wennekes had bovendien, aldus de Hoge Raad, een gerechtvaardigd belang door middel van een camera opnamen te maken zonder de werknemers eerst te waarschuwen, terwijl de opnamen slechts de gedragingen van het personeel bij de kassa betroffen (het subsidiariteitsbeginsel). Daardoor kon het bewijsmateriaal worden gebruikt, ook als Wennekes een ongerechtvaardigde inbreuk op het recht op privacy van de verkoopster zou hebben gemaakt.

Ontbinding arbeidsovereenkomst

De kantonrechter in Enschede (17 januari 2006, JAR 2006/55) heeft de eisen waaraan een onderzoek moet voldoen ook overzichtelijk uiteengezet. In de betreffende zaak had de werkgever een werknemer wegens wangedrag geschorst en verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelde dat in een situatie waarin een werkgever opvangt dat één van zijn werknemers zich schuldig zou hebben gemaakt aan oncollegiaal of laakbaar gedrag of wellicht zelfs aan strafbare feiten, de eisen van goed werkgeverschap meebrengen dat een gedegen feitenonderzoek plaatsvindt voordat enige maatregel wordt genomen. Een dergelijk feitenonderzoek kan, aldus de kantonrechter, door de werkgever of door een recherchebureau worden uitgevoerd. Het horen van getuigen kan er deel van uitmaken.

Vereiste zorgvuldigheid

Nadat het feitenonderzoek is afgerond, de werknemer met de geconstateerde feiten is geconfronteerd en zijn reactie heeft kunnen geven, zal de werkgever, na afweging van alle belangen, kunnen beslissen of de onderzoeksresultaten nopen tot het nemen van enige maatregel. De kantonrechter concludeerde dat de werkgever in dit geval niet de vereiste zorgvuldigheid in acht had genomen. Hij wierp de werkgever tegen dat:

  • ondertekende verklaringen van betrokkenen ontbraken, zodat volstrekt onduidelijk was wie een verklaring hadden afgelegd en wat die verklaringen precies inhielden;
  • volstaan was met een rapportage van een onbekende rapporteur waartegen de werknemer zich niet adequaat kon verdedigen;
  • de werknemer niet was geconfronteerd met de verklaringen van collega’s;
  • de werknemer niet vooraf was geïnformeerd over het karakter van het exitgesprek en niet was gewezen op de mogelijkheid dat een en ander consequenties zou kunnen hebben, waardoor de werknemer was overvallen en zich niet heeft kunnen voorzien van advies en rechtsbijstand;
  • geen goede invulling was gegeven aan het beginsel van hoor en wederhoor, zodat ook van een goede en volledige afweging van belangen geen sprake is geweest.

Kortom: indien u fraude in uw bedrijf vermoedt, ga dan niet over één nacht ijs. Doe zorgvuldig feitenonderzoek en zorg voor een fair trial. Paradoxaal maar waar: u houdt pas echt rekening met uw belang als werkgever, als u voldoende oog heeft voor het belang van uw (verdachte) werknemer.

Frank ter Huurne is partner bij Lexence advocaten & notarissen in Amsterdam, en gespecialiseerd in arbeidsrecht bij bedrijfsfraude.